Zeeforelproject Lauwersmeer Paaigebieden voor zeeforel op z’n Duits: je moet het water weer horen stromen.

Dr. Jens Salva, de enthousiaste visserijbioloog van onze Duitse zusterorganisatie Landesfischereiverband Weser-Ems, zet zich met ziel en zaligheid in om de Noord-Duitse beekloopjes rond Oldenburg en Bremen weer geschikt te maken als paaigebied voor zeeforel. In Noord-Duitsland is het niet anders dan bij ons: ten behoeve van de landbouw zijn veel beken rechtgetrokken en tussen taluds en stuwen opgesloten. Ongeschikt en onbereikbaar als paai- en opgroeigebied voor de zeeforel, die leeft in zee maar zich voortplant in zoet en stromend water. Jens Salva is nu zo’n 10 jaar met beekherstel bezig en heeft een voor Nederlandse begrippen praktische en goedkope aanpak ontwikkeld waarbij veel werk wordt verzet door vrijwilligers uit hengelsportverenigingen. En zijn aanpak heeft resultaat, want in herstelde beeklopen paait de zeeforel met succes. Bij onderzoeken worden forellen aangetroffen van meer dan een meter lengte, nazaten van in het verleden uitgezette jonge zeeforelletjes. Net als bij ons, zijn in Duitsland aangrenzende boeren huiverig als gekanaliseerde beken worden ‘teruggegeven aan de natuur’ en weer vrij kunnen meanderen: ze vrezen wateroverlast in natte periodes en gebrek aan water als het een poos droog is. Jens Salva loste dit op door de dynamiek in de beken te vergroten binnen het bestaande talud. Op de foto zie je hoe hij door paaltjes te slaan, de beek in een smallere loop weer laat slingeren en zo de dynamiek vergroot; je hoort het water weer stromen. De ruimte achter de paaltjes wordt opgevuld, hier vinden beekplanten een goed plekje. De paaltjes staan op het lage niveau van het zomerpeil. In natte periodes met veel afvoer stroomt het water er gewoon overheen; de boeren houden droge voeten. Stuwen vormen een obstakel voor vissoorten die trekken tussen hun leefgebieden en paai- en opgroeigebieden. In Nederland worden in vismigratieroutes stuwen vervangen door vispassages. Dat is een kostbare aangelegenheid. Jens Salva slaat bij het oplossen van dergelijke migratieknelpunten twee, zelfs drie vliegen in één klap. De stuwen gaan er helemaal uit en worden vervangen door grindbedden die zo in de stroom worden gelegd dat ze enerzijds het water opstuwen en anderzijds een perfecte paaiplaats vormen voor de zeeforel en een ideaal leefgebied voor bijzondere soorten als de beekprik en rivierdonderpad. Bovendien kost grind een habbekrats en zijn fouten in de aanleg eenvoudig te herstellen. De federatie was ervan overtuigd dat de Duitse aanpak geschikt is voor het zeeforelproject Lauwersmeer. Immers: de beeklopen in Noord-Drenthe lijken op die in Duitsland, de problematiek is dezelfde. Na een aantal excursies over en weer is ook waterschap Noorderzijlvest om en gaan we experimenteren met grindbedden in het Lieverensche Diep en diens verbinding met het Groote Diep en het Oostervoortsche Diepje. Jens Salva is bereid bij de aanleg te adviseren. De Noord-Nederlandse Vliegvisvereniging zorgt voor vrijwilligers. Deze aanpak is nog nooit eerder vertoond in Nederland en dus uniek

Bij de foto 1: In Duitsland zetten vrijwilligers van de hengelsportverenigingen zich graag in bij het herstel van paai- en opgroeigebieden voor zeeforel in kleine stroompjes. Hier vissen zij natuurlijk niet, dat doen ze in de grotere wateren waar de stroompjes (en de zeeforellen) in uitkomen.



Hier is het resultaat van de Duitse aanpak mooi te zien: in een rechtgetrokken sloot maken vrijwilligers door palen te slaan in het bestaande profiel een nieuwe beekloop. Binnen 1 groeiseizoen ontstaat zo een dynamisch beekje met een hoge natuurwaarde. Bij hoge afvoeren is erg een gevaar voor natte voeten; het oude talud is nog intact. (foto’s Jens Salva).

Foto uitleg ‘NZV’: Jens Salva (rechts) toont een delegatie van waterschap Noorderzijlvest de Duitse aanpak in beekherstel.